Wie maakt toch die Jewels of all kind?
Noortje, samengevat in een alfabet



Mijn brein denkt een beetje anders. Het communiceert niet altijd met mijn handen. Tijdens workshops weet iedereen: ze volgt toch niet wat de docent wil dat we gaan maken.
Een vast ontwerp... dat ken ik eigenlijk niet. Ik maak wel schetsen, maar uiteindelijk komt er toch vaak weer iets anders uit.
Ik begin en kijk wat het materiaal terugzegt.
Die creativiteit is nooit gestopt. De materialen mogen wel wisselen. Ik wil weten hoe iets werkt, waarom iets werkt.
Ik zie mogelijkheden waar anderen vooral onmogelijkheden zien.



Als zesjarige zat ik al in de doka. Mijn gouden uren, wat is er nu mooier dan zien hoe een foto ontstaat? Ontwikkelaar, stopbad, fixeer, en dan water. Aan chemische stoffen dacht ik niet, wie wel?
Experimenteren loopt als een rode draad door mijn hele leven. Wat gebeurt er als ik dit meng, vervorm of combineer? Die vraag vind ik interessanter dan een perfect stappenplan.
Fotografie is een vast onderdeel. Mijn eerste camera kreeg ik als kind. Kijken door een zoeker veranderde mijn blik op vormen en details. Ik leerde ook dat ik anders moest kijken, gewoon kijken kon iedereen.



De kunstenaar uit mijn jeugd. Hij woonde enkele straten verderop. Ik kwam er graag. Zelf aan de slag, creëren. Van hem leerde ik vooral één ding: blijf maken, geef nooit op. Hij is één van mijn vroegste inspirators.
Mijn belangrijkste gereedschap. En ik veeg ze af aan mijn kleding. Daarbij vergeet ik wel eens dat ik iets nieuws aan heb. Meestal herken je aan mijn handen waarmee ik gewerkt heb. Ik draag zelden handschoenen.
Inspiratie vind ik in reizen, mensen, materialen en toevallige vondsten. De kleuren van de natuur, de geometrische vormen van gebouwen, een mooi lijnenspel. Daarom heb ik altijd een schetsboekje bij me.



De naam zegt het eigenlijk al. Niet één materiaal, techniek of soort werk. Een lieve vriendin ontwierp mijn logo door de naam te kalligraferen in het Mongools.
Keramiek, polymeerklei of zilverklei. Geef mij klei en er gebeurt vanzelf iets. Ik heb geen echte voorkeur, het is afhankelijk van het moment. Polymeerklei heeft meer kleuren.
Vooral met polymeerklei werk ik graag in dunne lagen. Mengen, opbouwen, weer veranderen. Met zilverklei gebruik ik lagen als ik blaadjes tot een sieraad verwerk.



Zilver, klei, hout, draad, steen of speelgoed. Een materiaal hoeft van mij niet te doen waarvoor het bedacht is. Combineer materialen, maak het spannend, anders, gedurfd.
Waarom zou dit niet kunnen? Dat is meestal een prima reden om het juist te proberen. Maar ik ben ook nieuwsgierig naar jou. Wat beweegt jou? Waarom doe jij wat je doet?
Twee keer precies hetzelfde maken lukt me niet. Twee oorbellen zijn nooit symmetrisch. Ik ben niet geschikt voor seriewerk. Toch heb ik een serie broches, niet één is hetzelfde.



Een materiaal met veel meer mogelijkheden dan vaak gedacht. Ik meng, bouw, rol, snijd en experimenteer ermee. Het is een stuk voordeliger dan zilverklei. Dus het mag ook best eens mislukken.
Een quiz voor jou. Welke van deze uitspraken klopt?
1. Ik lust graag bloemkool.
2. Ik houd van bloemen in een vaas.
3. Ik noem mijn rugzak ook wel Bloem.
Ik reis graag. Niet alleen voor tentoonstellingen en workshops, gewoon reizen om andere culturen te zien. Nieuwe plekken leveren bijna vanzelf nieuwe ideeën op. Reizen vergroot mijn blik.



Een vriendin vroeg me om bij haar een sieradencursus te volgen. Ik? Sieraden? Echt niet! Maar ze had te weinig mensen die haar les bijwoonden, dus ging ik... het begin van mijn sieradenlijn.
Hiermee begon mijn internetloopbaan, veel mensen kennen mij nog steeds als teadrip. Facebook dwong me later mijn eigen naam te gebruiken. Op insta ben ik nog altijd teadripcatcher.
Soms lukt iets meteen. Soms mislukt het prachtig en ontstaat juist daardoor iets nieuws. Als je niets probeert, weet je ook niet of het lukt.
Het leven is één experiment...



Een lijn, opening of onverwachte kromming trekt mijn aandacht. Daar kan zomaar een heel werk uit groeien. Waarom werkt de ene vorm wel goed en de andere totaal niet? Ik werk niet met kant-en-klare vormen.
Ik geef workshops, maar ik volg ze ook. Anderen laten je altijd weer anders kijken. Ik ben altijd blij verrast als er leuke creaties uit mijn workshops komen.
Maar ik word net zo enthousiast van nieuwe technieken leren.
Dat ongrijpbare stukje waardoor iets ineens klopt. Ik hoef niet alle technische details te weten, ik wil wel weten waarom iets werkt, of niet. Maar dat ene stukje kun je niet plannen, je herkent het onmiddellijk: het is af.



En waarom niet? Dat is een behoorlijk bruikbare houding aan de werktafel. Vooral wanneer iets volgens de regels eigenlijk niet hoort en het dan toch doen.
Zilverklei, armeluiszilver (alpaca) of echt zilver, de een verwerkt wat makkelijker dan de ander. Maar ze kunnen allemaal gecombineerd worden met andere materialen.